Ik ga naar huis! Na 10 lange dagen aan het infuus, is het nu tijd om afscheid te nemen. De dermatoloog is tevreden. Mijn been is nog wel rood, maar dat kan nog wel even duren. Ik wacht nu geduldig tot deze infuuszak leeg is. Rond de middag zal Meneer I.N. Fuus de laatste druppels in mijn aderen persen. Dan is het klaar. Zijn broertje T.A. Blet zal met thuis nog eens 10 dagen gaan plagen, maar daar laat ik de pret niet door drukken. Minimaal een half jaar loop ik met een zeer gebruind rechter been, als gevolg van een steunkous. Dan mag ik weer bij de dokter op bezoek.
Een aantal faciliteiten van het ziekenhuis ga ik wel missen. De verstelbare matras bijvoorbeeld. Ook de kant en klaar geserveerde maaltijden zijn toch best eetbaar en waar ik zelf niets voor hoef te doen. De bossen bloemen om me heen vrolijken me op en ik word ook blij van de schoonmaak, die elke dag de kamer poetst! Misschien kan ik haar stiekum mee het ziekenhuis uitsmokkelen. En natuurlijk mijn digitale station. Wel traag, maar tv, telefoon en internet heb ik letterlijk binnen handbereik
!
Al dit fijns weegt echter niet op tegen alle dingen die ik absoluut niet ga missen. Klaar voor een opsomming? Wachten (tot de dagen voorbij zijn, tot de verpleging komt helpen, tot ik bij de dokter aan de beurt ben, op bezoektijden…). Kamergenoten (helemaal als ze na middernacht binnen worden gebracht). Kermende patienten. Stinkende kamers, omdat iemand zijn maaginhoud in bed gedeponeerd heeft. Verpleegsters die het om 6.30 uur al nodig vinden om met een overdreven vrolijk ‘Goedemorgen!’ mijn temperatuur te meten (Kan toch best een uurtje later?). Trombosespuiten. Inbrengen van een nieuw infuus. Het wekelijkse weegmoment, waarbij je gewicht hard roepend over de afdeling schalt! De Remia naturel dressing die je bij elke salade krijgt. De anderhalve kilo die er deze week bijgekomen is
. Het delen van de badkamer en wc met vreemde zieke mensen. Niet zelf je kleding uit kunnen zoeken. Piepende apparaten en rollende wielen van transportkarren (Dag én nacht!). Noodgedwongen wandelingen langs zieke, hele zieke mensen.
Kortom: genoeg redenen om naar huis te gaan. Naar mijn lieve Johan, Pim en Femke! Een speciaal afscheid wil ik nemen van Meneer I.N. Fuus. Ik word uit zijn greep verlost. Hij wil nog wel vasthouden, maar na een kleine ietwat pijnlijke worsteling zal hij loslaten. Ik ben blij, mijn lijf is weer van mij. Meneer I.N. Fuus huilt van verdriet. Tranen biggelen over zijn wangen. Maar niet over die van mij. Ik ben meedogenloos. Ach, den meneer I.N. Fuus vindt vast wel weer een nieuw slachtoffer!