Ziekenhuis, dag 10: Afscheid

20 10 2011

Ik ga naar huis! Na 10 lange dagen aan het infuus, is het nu tijd om afscheid te nemen. De dermatoloog is tevreden. Mijn been is nog wel rood, maar dat kan nog wel even duren. Ik wacht nu geduldig tot deze infuuszak leeg is. Rond de middag zal Meneer I.N. Fuus de laatste druppels in mijn aderen persen. Dan is het klaar. Zijn broertje T.A. Blet zal met thuis nog eens 10 dagen gaan plagen, maar daar laat ik de pret niet door drukken. Minimaal een half jaar loop ik met een zeer gebruind rechter been, als gevolg van een steunkous. Dan mag ik weer bij de dokter op bezoek.

Een aantal faciliteiten van het ziekenhuis ga ik wel missen. De verstelbare matras bijvoorbeeld. Ook de kant en klaar geserveerde maaltijden zijn toch best eetbaar en waar ik zelf niets voor hoef te doen. De bossen bloemen om me heen vrolijken me op en ik word ook blij van de schoonmaak, die elke dag de kamer poetst! Misschien kan ik haar stiekum mee het ziekenhuis uitsmokkelen. En natuurlijk mijn digitale station. Wel traag, maar tv, telefoon en internet heb ik letterlijk binnen handbereik :-) !

Al dit fijns weegt echter niet op tegen alle dingen die ik absoluut niet ga missen. Klaar voor een opsomming? Wachten (tot de dagen voorbij zijn, tot de verpleging komt helpen, tot ik bij de dokter aan de beurt ben, op bezoektijden…). Kamergenoten (helemaal als ze na middernacht binnen worden gebracht). Kermende patienten. Stinkende kamers, omdat iemand zijn maaginhoud in bed gedeponeerd heeft. Verpleegsters die het om 6.30 uur al nodig vinden om met een overdreven vrolijk ‘Goedemorgen!’ mijn temperatuur te meten (Kan toch best een uurtje later?). Trombosespuiten. Inbrengen van een nieuw infuus. Het wekelijkse weegmoment, waarbij je gewicht hard roepend over de afdeling schalt! De Remia naturel dressing die je bij elke salade krijgt. De anderhalve kilo die er deze week bijgekomen is :-( . Het delen van de badkamer en wc met vreemde zieke mensen. Niet zelf je kleding uit kunnen zoeken. Piepende apparaten en rollende wielen van transportkarren (Dag én nacht!). Noodgedwongen wandelingen langs zieke, hele zieke mensen.

Kortom: genoeg redenen om naar huis te gaan. Naar mijn lieve Johan, Pim en Femke! Een speciaal afscheid wil ik nemen van Meneer I.N. Fuus. Ik word uit zijn greep verlost. Hij wil nog wel vasthouden, maar na een kleine ietwat pijnlijke worsteling zal hij loslaten. Ik ben blij, mijn lijf is weer van mij. Meneer I.N. Fuus huilt van verdriet. Tranen biggelen over zijn wangen. Maar niet over die van mij. Ik ben meedogenloos. Ach, den meneer I.N. Fuus vindt vast wel weer een nieuw slachtoffer!





Ziekenhuis, dag 9: De cijfers

19 10 2011

Ik kan natuurlijk weer een riedel op gaan noemen over mijn lichamelijke en geestelijke gezondheid en over hoe mijn dag er hier uit ziet, maar na anderhalve week valt daar niet zoveel meer over te vertellen. De dagen zijn zo gelijk, dat ik blij ben dat ze ‘s morgens op het whiteboard zetten welke dag het is.

Op het bord staan eveneens de namen van de verpleegkundigen die die dag werken. Wel handig dat je weet wie je moet roepen als je iemand nodig hebt. Het zou alleen fijn zijn als dat dan ook daadwerkelijk binnen vrij korte termijn uitgevoerd wordt. Meneer K. had gisteren hoofdpijn en moest een hele dag wachten op twee paracetamolletjes. Ik wacht na het douchen minstens tien minuten voordat ze me kunnen helpen om een nieuw shirt aan te trekken. Als ik vervolgens vraag om een nieuw kousje om mijn infuus omdat het nat geworden is, dan duurt het zo nog twee uur en twee keer vragen voordat het gedaan is. Het natte kousje is al bijna weer droog…

Maar voordat ik weer een heel verhaal op ga hangen, is het misschien leuk om wat cijfers te weten. Morgen ben ik hier 10 dagen geweest. (Ik ga er nu toch echt wel vanuit dat ik dan ook daadwerkelijk naar huis ga :-) ) In die 10 dagen:

… heb ik 5 verschillende kamergenoten
… verslijt ik 9 infuuszakken
… met daarin 54 gram flucloxacilline (antibiotica)
… 8 keer moet de verpleging prikken om
… 3 keer een infuus in te brengen
… 9 trombosespuiten prikten ze in mijn buik
… 5 slaaptabletten hielpen me de nacht door
… 5 verplegers zie ik per dag
… 3 keer heb ik de dokter bezocht
…17 keer bezochten familie, vrienden en collega’s mij.

Morgen ga ik naar huis en ik hoop dat alleen het laatste door blijft gaan :-) !





Ziekenhuis, dag 8: Molen van berichten

18 10 2011

De dag ging gisteren wonderbaarlijk vlot voorbij. Door mijn doktersbezoek, zit ik pas laat aan de lunch. Dit loopt meteen over in het bezoekuur. Ik krijg dan een tijdschrift: ‘Flow’. Ik ken het niet, maar ik vind het meteen een leuk blad. Gelukkig maar, wat die middag is er niets op tv. En het boek dat ik voor mijn werk graag wil lezen is ook niet aantrekkelijk. Elke zin moet ik wel drie keer lezen en dan weet ik nog niet wat er staat. Na het avondeten nog even een wandelingetje en dan komen Johan en vriendin Monique op bezoek. Ik wandel zelf naar het restaurant. Heerlijk. Lopen is geweldig!!! Daar kletsen we bij en drinken een lekkere kop koffie.

Johan loopt nog even mee terug naar de afdeling. Daar maken we kennis met meneer A. die deze nacht in het eerste bed gaat slapen. Een joviale man met een goede babbel. Vandaag kom ik erachter dat hij al 84(!) is. Dat zou ik hem echt niet geven. Ik ga later slapen dan ik normaal doe en ondanks de slaaptablet slaap ik onrustig. Om half 7 komt de verpleger – naar mijn zin iets te luidruchtig en te vroeg - binnen voor meneer A. Ik kan nog even liggen tot 8.00 uur. Dan komt het ontbijt. Ik ben hier net aan begonnen als ik zie de de deur van de kamer tegenover mij open staat. De gordijnen zijn open, het bed is leeg. Mevrouw ‘Oehoe-zuster’ heeft ons verlaten vannacht. Voorgoed. Het brood blijft in mijn keel hangen…

Ik probeer het van me af te zetten. Eet zwijgend mijn ontbijt. Meneer A. kletst wel wat, maar het meeste gaat langs me heen. Ik ga me douchen, kijk hoe mijn bed keurig wordt opgemaakt. Dan krijg ik een sms van Johan: ‘Kun je zo even bellen. Geen haast, wel troubles.’ Tja, dat voelt wel als haast dus ik bel meteen. Door verschillende omstandigheden komen Pim en Femke vandaag al terug van hun logeerpartij bij opa en oma. Het is fijn dat ze weer dichterbij komen, want ik mis ze gigantisch. Dat is ook een van de redenen, waarom ik het in mijn blogs nu niet veel over hen heb. Ondanks dat het fijn is, is het helemaal niet handig. Johan zit met deadlines en  heeft al veel werkuren gemist. Hij kan onmogelijk de kinderen opvangen. Gelukkig kan onze lieve oppas Connie bijspringen. We zijn weer even gered :-) !

Daarna volgt er nog een telefoontje waar ik over kan en ga piekeren. Alsof het zo moet zijn loopt er een vrijwilliger van de ‘geestelijke gezondheid’ onze kamer binnen. Vroeger ging dit uit van de kerk, nu is de kerk wat meer op de achtergrond geraakt en kan er iemand bij je komen om even te kletsen. Stomverbaasd ben ik als ik mezelf hoor zeggen dat ik daar wel behoefte aan heb. Later krijg ik spijt. Wil ik dit wel? Ik ben uitgegaan van mijn eerste ingeving, dus het zal wel goed zijn. Ik ben benieuwd wat het me brengt…

 





Ziekenhuis, dag 7: Op visite (2)

17 10 2011

Gisteren kreeg mijn hand weer eens ruzie met meneer I.N. Fuus.

De avond ervoor geef ik al aan dat ik het idee heb dat er iritatie is. De verpleging kijkt. Mijn pols is wel wat rood, maar het lijkt niet van de ader te komen waar mijn infuus in zit. Ik geef aan dat het gevoel wel hetzelfde is. Ze zullen het in de gaten houden en dat moet ik zelf ook doen. Maar het blijft rood. Misschien wen ik aan de pijn, maar ik heb niet het idee dat het pijnlijker is geworden . Maar na het middag-bezoekuur vraag ik toch of de verpleging er misschien even naar kan kijken. Gevolg: Het infuus moet er meteen uit, want het zit tegen een ontsteking aan. Onder de pleister is het dik en rood. Er zit ook een nare harde bobbel in mijn hand. ‘Daar kun je nog wel even last van houden!’ aldus de verpleegster. Gelukkig krijg ik wat pijnstillende zalf. De tube mag op mijn nachtkastje. Kan ik zelf smeren als dat nodig is.

Vandaag mag ik aan het einde van de ochtend weer op visite bij de arts. De zwachtel moet er vandaag toch af. Daarom grijp ik vanmorgen meteen mijn kans en vraag of het er dan al af mag. Kan ik lekker even douchen. Dat mag! Na het douchen begint het wachten. Mijn digitale station ligt eruit, vanwege onderhoud, dus ik lees wat tijdschriften. Dan is het zover. In de rolstoel brengt het ‘transport’ mij naar de derma. Daar moet ik weer wachten… wachten… wachten… Ik voel me ongemakkelijk wanneer ik bij twee zeer hippe jonge mensen zit. Zij lekker modern, haren helemaal kek en ik met mijn fluthaar, in mijn oude joggingbroek en dikke gebreide sokken… Gelukkig zijn ze erg aardig en we maken een welkom praatje.

Dan ben ik aan de beurt. De arts-assistent kijkt en is tevreden. Mijn enkel is weer net zo dun (dik?) als mijn andere enkel. Het is nog wel erg rood, maar dat is normaal. Het kan zelfs nog wel blauw gaan worden. Er mag een elastieken kous aangemeten worden. Die kan ik zelf aan en uit doen. ‘s Nachts hoef ik dan niets meer om mijn been. Een klein dingetje: ik moet hem minimaal 3 (!) maanden dragen! De vorige keer had de arts het zelfs over een half jaar! En dan nog een klein dingetje… Ik mag niet woensdag, maar donderdag naar huis. Nu had ik er al rekening mee gehouden dat er iets ging veranderen, maar echt leuk is het niet. Donderdagmorgen mag ik om 8.00 uur weer op visite (wel vroeg), maar waarschijnlijk mag ik daarna naar huis. Thuis moet ik dan nog wel antibiotica nemen. Het precieze hoe en wat vraag ik dan wel. Wordt vervolgd…





Ziekenhuis, dag 6: Ritme

16 10 2011

Het ziekenhuis heeft een vast ritme en gek genoeg merk ik dat ik ook mijn eigen ritme ontwikkel.
De dag begint om 7.00 uur, in het weekend gelukkig om 8.00 uur. Het ontbijt wordt geserveerd. Er komt iemand aan mijn bed en vraagt waar ik zin in heb. Soms is er een extraatje zoals een gekookt eitje. Die sla ik dan natuurlijk niet af :-) . De gordijnen gaan open en ik word wakker. Peuzel zwijgend mijn boterhammetjes op. Bij het ontbijt krijg ik ook een formulier. Hierop kan ik uitzoeken wat ik vanavond graag wil eten. Altijd een leuk moment…

Tijd om te wassen/douchen. Dat laatste mag nu niet, dus het is een beetje behelpen bij de wastafel. Maar ik word er handig in, zelfs met een infuus in mijn rechter hand. Ook haren wassen lukt aardig, al verlang ik wel weer naar een lekkere douche. Alleen als ik een schoon shirt aan wil, heb ik hulp van de verpleging nodig. Zij moet het infuus door mijn mouw wurmen. Ik kom er nu achter dat ik net zo goed aan het begin van de wasbeurt al op het belletje kan drukken, want het duurt vaak wel een minuut of tien voordat er iemand komt. Zit ikdaar ongemakkelijk met een half ontbloot bovenlijf te wachten. Als dit achter de rug is, voel ik me herboren!

Ik ruim mijn spullen op en ga aan de wandel. Een paar keer heen en weer de gang over. Het wordt saai, maar helemaal naar beneden lopen wordt me afgeraden. Ik loop ook wel eens buiten de afdeling over een soort interne brug, maar ‘s morgens is dat echt te fris. Meestal is mijn bed verschoond/opgemaakt als ik terug kom en dan internet ik wat, schrijf ik mijn blogs. Ondertussen krijg ik wat te drinken. Ik drink hier veel want de lucht is super droog, dus ik heb enorme dorst. Vandaag is het zondag en krijg ik er zelfs twee koekjes bij!

Dan is het een beetje aanrommelen. Wandelingetje, internetten, tv kijken, boekje lezen, bellen met het thuisfront… Aan het eind van de ochtend volgend de controles. Temperatuur meten, op woensdag wegen en zonder gene wordt er op de zaal gevraagd of je al ontlasting hebt gehad. Privacy moet je echt voor thuis bewaren, want je weet van al je kamergenoten wat ze hebben en hoe de stoelgang gaat, welke temperatuur gemeten is, of ze nog last hebben van kwaaltjes en hoe de nacht verlopen is.

Tijd voor lunch! Ook nu kan ik op dat moment weer aangeven waar ik zin in heb. Na de lunch loop ik maar weer een rondje, rust ik wat of kijk tv. Om kwart voor twee begint het bezoekuur! Een van de hoogtepunten van de dag. Ik mag nu (in een rolstoel) naar het restaurant, dus ik kan af en toe even ontsnappen aan de ellende die soms op deze afdeling voorbij komt. Tijdens het bezoek komt de barvrouw weer langs. Geen alcoholische versnaperingen (waar ik toch al geen behoefte aan heb), maar verder is er ruime keus. Als het bezoek is uitgezwaait is het voor mij meestal tijd voor een nieuwe infuuszak, eventueel aanvuld met een nieuwe slang. Daarna weer hetzelfde riedeltje: tv kijken, internetten, lezen, wandelen…

Tegen vijf uur is het etenstijd. Ik eet extra langzaam. Zo geniet ik meer en vul ik de tijd beter. Ook na het eten wandel ik weer rond, kijk tv en wacht op het volgende hoogtepunt: bezoekuur nummer twee! Heerlijk even bijkletsen met mensen van buitenaf. Ondertussen komt de bar weer langs. Na het bezoekuur komt de verpleging met een rijdend digitaal station aan het bed. Ze vragen hoe het gaat en alles wordt met enige moeite in de computer gezet. Ze werken pas sinds twee weken met een digitaal patientendossier en de verpleging is er duidelijk mee aan het worstelen. Regelmatig roepen ze de hulp in van een collega:’Hoe krijg ik uit het systeem dat ze haar voet niet meer nat hoeft te houden?’ Ik opper:’Met control-alt-delete!’;-)… Ik krijg een trombosespuit, ze checken mijn infuus en that’s it.

De tv-avond volgt. Voor die tijd heb ik in een tv-gids uitgestippeld wat ik graag wil zien. Tussendoor bellen er mensen. Ik bel vaak terug met de telefoon die bij mijn digitale station in zit, want bellen naar vaste nummers kost dan niets. Handig is het niet. Het geluid is slecht, de hoorn zwaar en ik kan niet hard praten, want ik wil mijn kamergenoten ook niet teveel storen. Gelukkig heeft meneer K. er niet veel last van en is meneer L. (die er wel snel last van heeft) vervangen door S. Zij is een vrouw die twee jaar ouder is en ook rustig belt, kinderen heeft en tegen dezelfde dingen aanloopt dan ik.

Rond half elf maak ik me klaar voor de nacht. Poets mijn tanden, wandel nog een paar keer op en neer de gang door en ga dan proberen om ondanks mijn pijnlijk zeurende infuus een fijne houding te vinden om vervolgens naar droomland te vertrekken. Ik moet je zeggen dat dit de afgelopen twee nachten met behulp van een slaaptablet prima gelukt is! Daar knapt een mens van op! Vandaag ben ik loom. Door de slaaptabletten? Door de goede nachtrust? Ik vind het prima. Een vriendin smste net dat ze een lazy sunday heeft. Ik sluit me daar helemaal bij aan :-) !





Ziekenhuis, dag 5: Emoties

15 10 2011

Pff… de donderbui is losgebarsten. Alles is geregeld. Thuis zijn de kinderen onder de pannen, dat loopt. Alles rond mijn werk ook geregeld en waar nodig uitbesteed. Ik geef er nu aan toe dat ik ziek ben. Langzamerhand begint tot mij door te dringen, wat er de afgelopen dagen, weken, maanden allemaal gebeurd is. Eigenlijk de afgelopen jaren. Vanaf het moment dat ik hernia kreeg, eind 2005. Vanaf die tijd heeft de molen niet stilgestaan.

Hernia, nieuwe baan, geboorte Pim, opvanggedoe, geboorte Femke, borstonsteking, Femke die de fles maar niet wilde drinken, terugkerende voorhoofdholteontstekingen en familiedingen waar ik vanwege privacyredenen hier liever niet over uitwijk. Ik bedenk me dat ik nu mijn vierde of vijfde antibioticakuur van dit jaar heb. Mijn normaal best volle haar, hangt nu lusteloos, slap en dun langs mijn hoofd. Thuis hoop ik een leuke moeder te zijn, een leuke echtgenoot, een goede vriendin, dochter en zus. Op mijn werk wil ik de nog altijd even flexibele collega zijn. Ik doe alles nog steeds met veel plezier en enthousiasme maar ik heb moeite met doseren. Ik vind alles veel te leuk. Dat is niet erg, maar dan moeten er geen gekke dingen bijkomen. Een paar hobbels gaat nog wel, maar niet te veel. En zeker niet tegelijk. Op een pijnlijke manier geeft mijn lichaam voor de tweede keer aan dat het genoeg is. Stoppen nu!

Ik lig op een afdeling waar onder andere kankerpatienten verpleegd worden. Ik hoor hier niet, maar het ziekenhuis is overvol. Aan de linkerkant zijn driepersoons kamers. Aan de rechterkant liggen mensen alleen. En dat is niet voor niets. Familie mag 24 uur per dag in en uit lopen. Ik zie en hoor creperende mensen, behuilde gezichten van bezorgde en verdrietige familie. Nu ik aan de wandel mag word ik er vaak, te vaak mee geconfronteerd. Ik loop er langs, omdat er gewoonweg geen andere route is. Gisteren, tijdens mijn laatste wandeling stokt mijn adem in mijn keel. De eerste kamer is leeg. Daar lag een mevrouw, erg ziek. Ik weet meteen dat zij niet meer terugkomt. Zij heeft het onbekende pad bewandeld. Ik ben aangedaan. En meer dan dat.

Ik zoek mijn bed op en kijk tv. The voice geeft wat afleiding. Mijn moeder belt, ook vol van emoties. Ik mis haar, ik wil haar helpen, maar ik kan niets. Ik ben moe, maar weet dat ik niet kan slapen. Tv kijken dan maar. Een pulpprogramma, waar ik anders aan voorbij zap kijk ik nu tot de aftiteling. Het is ondertussen half twaalf. Ik doe het licht uit en woel, draai, verstel mijn bed, draai nog een keer. Ik dommel weg, maar om kwart over twaalf komt er een nieuwe buurvrouw op de kamer. Ik draai opnieuw. Als mijn buurvrouw geinstalleerd is, komt de verpleegster bij mij kijken:’Gaat het wel?’ Ik antwoord van niet en de tranen biggelen opnieuw over mijn wangen. Ik ben moe, op, wil slapen, maar het lukt niet. ‘Zal ik een slaaptablet voor je halen?’ Dankbaar neem ik het aanbod aan. Ik draai nog even en wacht op wat er gaat gebeuren. En dan val ik in slaap. Ik merk niet dat ze nog bij me komen kijken. Om zes uur moet ik even naar het toilet en de verpleegster spreekt me aan:’Dat ging beter he? Als het vanavond weer niet lukt, geef het dan aan, dit kan geen kwaad.’ Ik ben blij, zo blij met dit gebaar. Ik val waarempel nog weer in slaap tot kwart voor acht! Wat heerlijk. Ik ben nog wel moe, maar een goede nachtrust doet zoveel. Ik heb me lekker gewassen, mijn haren zijn weer fris (nog wel steeds futloos ;-( ), maar ik kan er vandaag wel tegen geloof ik!





Ziekenhuis, dag 4: Mijn buren

14 10 2011

Ik lig op de eerste verdieping, in een kamer met drie bedden. De eerste twee zijn gevuld met twee oudere heren. In de derde, bij het raam, slaap ik. Heerlijk, zo bij het raam. Helemaal nu het zonnetje lekker schijnt! Ik kijk uit op een binnenplaatsje met een paar bomen. Af en toe zit er een koolmeesje op het balkon. Aan de andere kant is een andere vleugel van het ziekenhuis.

De meneer in het eerste bed is de heer L. Een oudere geleerde meneer. Hij weet wat hij wil en vooral wat hij niet wil. Is gesteld op zijn privacy en rust. Nu ik hier een paar dagen lig, ontdek ik dat hij erg vriendelijk is. We voeren – als hij niet te benauwd is – hele gesprekken over politiek, geloof, werk… Erg prettig. Vanmiddag gaat hij verhuizen, helaas. We gaan samen geen weekend ’vieren’. Je weet nooit wie er terug komt.

De meneer in bed twee is de heer K. Eveneens een oudere man. Hij is af en toe in de war. Vooral de eerste nacht was het verschrikkelijk. (Zie dag 1, ik kan van hieruit geen links invoegen.)Als hij een goede dag heeft is hij erg rustig en niet zo spraakzaam. Ook hij is vriendelijk en ik mag hem bij zijn voornaam noemen. Ik mag hem wel.

En dan is er nog de ‘oehoe’-dame. Deze mevrouw ligt aan de overkant van de gang in een kamertje, alleen. Volgens mij is ze erg ziek en heeft ze veel pijn. Dan schreeuwt ze hard. Ze weet dan niet het knopje voor de verpleging te vinden en roept dan heel hard:’Oehoe! Zuuuuuster!’ Gisteren ging ze met bed en al even van de afdeling. Ze is nu terug en het is er akelig stil. Familie komt buiten bezoekuren. Geen goed teken, denk ik. Ik mis de ‘oehoe’ van deze mevrouw…

Tot slot zijn er nog Aap, Pim en Femke. Pim en Femke hangen in de vorm van een foto aan mijn tv. Zo zie ik ze elke dag toch nog een beetje. Daarnaast zit Aap. Aap heb ik de eerste avond gekregen van mijn zus en mijn moeder, zodat ik niet zo alleen zou zijn.

Natuurlijk komt de verpleging in en uit gelopen. Afgewisseld met iemand van de huishoudelijke dienst en de voedingsassistent. Als we geluk hebben, hebben ze iets langer de tijd voor een praatje. Verder kijk ik uit naar het bezoekuur. Ook al komt er maar voor een kwartiertje iemand van ‘buiten’. Ik kijk er toch altijd naar uit.





Ziekenhuis, dag 3 : Op visite

14 10 2011

Eigenlijk loop ik steeds een dag achter, want vandaag is het dag 4… Maar goed, de avonturen van gisteren zijn nog niet beschreven…

Voor dandaag staat er een uitstapje naar de dermatoloog gepland. De hele ochtend lig ik te wachten op wat er komen gaat, maar niets… Na de lunch ga ik maar eens vragen. Om kwart over twee ben ik aan de beurt. Midden in het bezoekuur waar Johan, Femke en mijn schoonmoeder zouden komen. Lekker gepland :-( ! Een loopjongen met een witte jas komt me halen. Als hij me door de gang duwt, zie ik bekenden die bij hun familie op bezoek zijn. Een snelle woordenwisseling volgt, maar daarna gaat de tocht verder. Heerlijk even andere lucht, andere gezichten…

Bij de dermatoloog ben ik snel aan de beurt. Mijn been is nog wel dik en rood, maar het ziet er veel beter uit! De arts is tevreden. Ik wordt gezwachteld tot mijn knie en mag mobiliseren. Ik moet nog tot en met dinsdag aan het infuus en als alles goed gaat mag ik woensdag naar huis. Hoe het er dan verder uit gaat zien, weet ik nog niet. Ik leef bij de dag… Maandag mag ik terug komen.

Ik ga op de afdeling aan de wandel. Dat blijkt nog niet zo makkelijk. In no-time zwelt mijn voet/enkel weer op en knelt het verband verveldend. Ik meld het bij de verpleging. Die legt me in bed, mijn benen omhoog. Als het blijft knellen, moet het er vanavond nog af. Ik mag dan niet meer uit bed en moet dan morgen terug naar de derma (zoals ze dat hier hip noemen) voor een nieuwe zwachtel. Later op de avond knelt het niet meer, ook niet na een wandelingetje. Gelukkig!

Mijn infuus plaagt me nog wel steeds. Al sinds woensdag geeft ik dit aan bij de verpleging en ook vandaag vraag ik of ze er naar kunnen kijken.Waarschijnlijk is het te druk. Ze willen wel, maar geen tijd. Het is nu donderdagavond tegen tienen. Er komt een verpleegster vragen of ze nog wat kan doen. Ik besluit het toch nog een keer aan te kaarten. De pijn lijkt minder erg, maar het voelt niet goed. Als ze er naar kijkt, blijkt mijn hand rood en gezwollen. Het infuus moet er meteen uit. Ik ben blij, maar ook weer niet. Mijn aders laten zich slecht prikken. Maar het moet gebeuren.

De verpleegster gaat aan de slag. Na twee pogingen geeft ze het op:’Ik vraag een collega…’ Ik wacht. Het zweet breekt me uit. Dit wachten is niet leuk… Na 20(!) minuten verschijnt haar collega. Zij mag het nu proberen. De eerste poging. Uit mijn ooghoeken die op de tv gericht zijn, zie ik haar nee knikken: mislukt. Dan maar weer boven op de hand. De rechter dit keer. Dit is geen fijne prikplek… Diep ademhalen. Ik hoor:’Ja, gelukt!’ Een zucht van verlichting. Dan gaat er iets mis, ik weet niet wat. Het bloed stroomt uit het naaldje, in bed, op de grond… Klein bloedbad. Er komt een collega bij, want het infuus moet nu van links naar rechts. Gelukt! Nooit geweten dat ik blij kon zijn met dit infuus. Mijn linker hand is lelijk rood en gevoelig ook. Hopelijk gaat dat snel weer over, want ik zal vast nog wel een keer moeten wisselen…





Ziekenhuis, dag 2: Mijn grote vriend

13 10 2011

Na een rustige nacht (wel met zeer pijnlijk infuus!), een heerlijk ontbijt met een gekookt eitje en een superfijne douchebeurt, wil ik je graag voorstellen aan mijn grote vriend Meneer I.N. Fuus. Ik ontmoette hem twee dagen geleden, toen ik in het bed werd gedeponeerd.

Meneer I.N. Fuus is lang en slank, zijn lijf is wat groenig en hij heeft waterige ogen. Met zijn lange dunne sliertige arm, neemt hij me bij mijn hand. Waar ik ga, gaat hij ook. Dan neem ik hem bij de arm en samen hobbelen we naar het toilet of de douche. Daar is hij het niet altijd mee eens. Als ik hem te hard over de drempel draag, sputtert hij al piepend tegen. Maar ik weet de juiste snaar te raken om hem weer tot bedaren te brengen, zodat de verpleegsters zich niet met ons hoeven te bemoeien.

Soms zou ik wel even alleen willen zijn. Even weg van zijn waterige ogen vol vocht en gif. Weg van het continu gezoem van zijn ademhaling. Weg van de stevige greep waarmee hij mijn hand vast houdt. Mijn hand begint te protesteren. Wil ook zijn eigen ding weer doen en niet belemmerd worden door die grijpgrage armen en priemende nagels. Mijn hand krijgt afgelopen nacht steun van mijn arm die ook pijnlijk begint te protesteren. Maar Meneer I.N. Fuus laat niet los. Misschien straks even, om me vervolgens op een andere plek weer beet te pakken…

Aan de andere kant wen ik ook aan het gezelschap van deze Lange Jan. Gezellig pruttelt hij ‘s nachts naast me en ik schrik als ik denk dat ik hem niet meer hoor. Zijn waterige ogen lopen langzaam leeg en zijn vocht zoekt zijn weg in mijn bloedbaan. Klaar om datgene te lijf te gaan wat er niet hoort. Akelig gif, maar gif dat mijn been nu zo hard nodig heeft. Ik sta het toe omdat ik merk dat meneer I.N. Fuus ervoor zorgt dat het beter met mij gaat…





Ziekenhuis: dag 1

12 10 2011

Ik voel me vandaag niet fit. Ben moe, heb hoofdpijn. De nacht was ook beroerd. Ik lig bij twee mannen, waarvan er een een beetje in de war is. Dat levert grappige momenten op, maar die mag hij dan wel overdag vertonen. Om 18.30 uur gaat hij slapen om een uur later fris aan zijn nieuwe dag te beginnen. Hij wandelt weg op zoek naar huis. Vervolgens brengt de zuster hem weer naar bed. Even later drukt hij op de ‘zusterbel’ om even te kijken of het belletje het nog wel doet. De zuster spreekt hem streng toe. Niet een keer, maar meerdere keren per nacht. Vanmorgen ben ik mijn slippers kwijt. Komt hij er doodleuk op aangewandeld! Lekker met mijn wondroosvoet die daar ook al een paar keer in gezeten heeft.

Heb vandaag nergens zin in. Mijn voet is minder warm, maar nog wel dik en pijnlijk. De dermatoloog heeft vandaag geen tijd om een kop koffie te komen drinken. Morgen mag ik naar hem toe. Tot dan gaat het door zoals het nu is. Leef van ontbijt naar lunch en wacht nu op de volgende onderbreking: het avondeten. Zap wat op tv, onderga de onderzoeken en ben blij dat ik hier al een kilo ben afgevallen :-) ! Nu zijn de maaltijden ook super verantwoord. De chocola die Johan voor me heeft gehaald ligt nog netjes in het nachtkastje! Ben daar best trots op, maar vanavond moet er wel een stukje aan geloven ben ik bang…

Het hoogtepunt van de dag is wel dat Johan met zijn moeder en de kinderen langs kwamen. Femke heeft een mooie tekening gemaakt en ze hebben me helemaal plat geknuffeld! Ik mis ze allemaal wel gigantisch. Gelukkig weet ik dat er thuis goed voor ze gezorgd wordt…








Follow

Get every new post delivered to your Inbox.

Join 44 other followers