
Pim in zijn stoere zwembroek!
Natuurlijk had Pim tijdens de vakantie ook weer het nodige te vertellen. Als je hem vraagt waar hij naar toe is geweest op vakantie, antwoordt hij met een lach op zijn gezicht:”Kan Kanaja!” Dit vervolgt hij dan met: tiegtuig, bus, auto, hetgeen de vervoersmiddelen waren die we gebruikten.
Verder was hij fan van: ojanje aaie (aanraken van de oranje reddingsboeien bij het zwembad), kokel kijke (vogels kijken), buite kijken (op het balkon naar buiten kijken), kijbaan (glijden van de glijbaan), wanuhnuh (wandelen). Ook wenste hij ons netjes goedenacht: lekke lape!
Onze kletskous hield ook van lekker eten: mananonie (macaronie), patatuh (patatjes), tees (vlees), toetuh (toetje), banaatje (banaan… jawel, hij at elke dag banaan en had overigens ondanks dat een prima darmflora!), bootje njam (broodje jam), happie pappie (een hapje van datgene wat papa at), tippies (chips, in dit geval cornflakes of iets dergelijks), pata (pasta) en last but zeker not least kokola (chocola)!
Hij vond alle vreemde talen die hij tegen kwam enorm grappig. Hij moest dan ook smakelijk lachen om een Spanjaard die in rap tempo Spaans sprak aan de telefoon. Hij pikte hier en daar ook nog een woordje over de grens mee: ola (Spaanse hallo), morgen (Duitse goedemorgen), danke (Duitse dank u wel).
